Over wiegendood

Wat is wiegendood?

Wiegendood is het plots en onverklaard overlijden van een ogenschijnlijk gezonde baby tussen twee weken en één jaar oud, met een piek tussen twee en vier maanden. Het gebeurt steeds onverwacht en bijna altijd tijdens de slaap. Na grondig onderzoek kan men geen oorzaak geven voor het overlijden.
Experten beschouwen wiegendood als een uitsluitingsdiagnose. Als via uitgebreid medisch onderzoek geen doodsoorzaak bij het kind (bv. een lichamelijke afwijking) wordt gevonden, beschouwt de arts het overleden als wiegendood. Naast wiegendood bestaat ook gemiste wiegendood of ALTE.
Over de frequentie van wiegendood bestaat geen nauwkeurigheid. Er wordt immers niet altijd tot autopsie overgegaan bij een verdacht overlijden van een baby. Bovendien kunnen de criteria die bepalen wanneer men spreekt van wiegendood, verschillen van land tot land. In België ligt het cijfer de laatste jaren rond 20 wiegendoodkindjes per jaar.

Hoe merkt u het gevaar voor wiegendood op?

U kunt aan het nekje of de voetjes voelen of uw baby het niet te warm heeft. Voelen die prettig lauw aan, dan is het in orde. Merkt u dat ze echt warm aanvoelen, dan ligt de lichaamstemperatuur van uw baby hoger dan normaal. Een baby die transpireert heeft het sowieso te warm. Koude handjes daarentegen zijn niet ongewoon.
Uit een studie over wiegendood in de UK blijkt dat moeders van kindjes die stierven aan wiegendood vaker ongerust zijn dat hun baby het te koud had en hem daarom zorgvuldig instopte. Eén laken of een slaapzak zonder mouwen is meestal voldoende.

Welke baby's behoren tot de risicodoelgroep?

  • Prematuren en vroeggeborenen
  • Pasgeborenen wiens broertje of zusje overleden is aan wiegendood.
  • Kinderen bij wie ALTE is vastgesteld
  • Baby's die zeer moeilijk wakker worden
  • Kinderen van mama's die overmatig drugs of alcohol gebruiken
  • Zuigelingen die aangeboren afwijkingen vertonene van het aangezicht die de ademhaling kunnen belemmeren
  • Baby's met een afwijkend slaappatroon
  • Kinderen die risicosymptomen vertonen tijdens de slaap (bvb. sterk zweten, snurken, lange adempauzes, hartritmestoornissen...).

Risicokinderen worden door hun arts doorverwezen naar een gespecialiseerd centrum voor verder onderzoek.